HOME - INHOUD - TERUG - VOLGENDE
EEN MOOIE SNEEUWBAL: 7.4: Arbeidstherapie

Op de arbeidstherapie: Anton (links), Bernard (midden) en Fred (rechts) (dubbelklikken afbeelding geeft fotopagina).
'Programma draaien' was de leuze
De groepen waren voortdurend in beweging: ze varieerden dagelijkse rituelen als ontbijten, lunchen, wandelen, zaal opruimen, dineren, televisiekijken en dergelijke af met programmaonderdelen als muziek, handenarbeid en arbeidstherapie. Sommige werkten in de wasserij, andere op de boerderij, weer andere in de bee-deetuin.
Lorentz-supervisor Martin de Rooy - snor la Georges Brassin, bijbehorende blik, Brabantse dynamiek en gezelligheid - had me tijdens onze eerste ontmoeting in de theetuin al op het hart gedrukt hoe belangrijk het was dat de groepen dagelijks het paviljoen uit gingen: 'Programma draaien blijft de spil van het zwakzinnigenwerk!'
Anton had graag een theekan in de hand. Hij was een bedeesde man met een beschaafd stemgeluid. Een door hem ingeschonken kop thee was een belevenis. 'Is 't zo goed Hans? Moet u suiker?' Je kreeg naast de thee een golf van aandacht over je heen. Anton was de ideale butler. Bernard was onze Jean-Paul Belmondo. Zijn geschiedenis was duister. Hij had familie in Utrecht en op een gegeven moment was-ie er, aangespoeld uit Frankrijk, onverstaanbaar Frans mompelend, shagje in de mond. Hij bezocht me later wel eens op m'n kamer in Donders en reageerde verbaasd en verheugd toen ik mijn school-Frans op hem uitprobeerde. Een echt gesprek kwam overigens niet op gang.
Fred had iets met een meisje van groep-6. Dat mocht eigenlijk niet, want seks tussen paviljoensbewoners was naar de buitenwereld toe nog een taboe-van-jewelste. Hij was een meester met een hamer en timmerde onder meer de kippenhokken voor Gerrit in elkaar. Hij had zwart haar en donkere ogen, kon aanstekelijk grinniken en was de ideale schoonzoon.