Home - Inhoud - 911 (2) (terug) - De Nieuwe Tijd (volg.) - Archief - red.
AFGHANISTAN EN DE NAVO
(bijgewerkt 10 jan. 2007)
WEEK 41
no. 3-06

11 oktober

INTERACTIE:

Bijdragen voor de COLUMN-ruimte zijn via redactie in te zenden. Graag ondertekening met e-mailadres. Ook een fotootje behoort tot de mogelijkheden. Een sleutelwoord of kopje is handig. Plaatsing kan op zich laten wachten door technische problemen, afwezigheid van de muze, vakantie e.d.

ONDERWERPEN:

De columnruimte is vrij. Het kan een persoonlijke oprisping, recensie, mailwisseling, oproep of iets anders zijn. Er geldt in principe een maximum van duizend woorden, maar uitzonderingen zijn mogelijk. Eventueel wordt over de vorm ge-emaild.

De oorlog in Afghanistan heeft sinds de legering van Nederlandse troepen in Uruzgan aan nieuwswaarde en belangstelling gewonnen. Toch is daarvan betrekkelijk weinig in het politieke debat terug te vinden. In de aanloop naar de verkiezingen van eind vorig jaar leek de oorlog zelfs geheel als thema te zijn weggevallen. Voor de hand liggende critici lieten het in ieder geval behoorlijk afweten.
Vermoedelijk speelde hier een rol dat je je als politieke partij niet populair maakt als je de missie van 'onze jongens', die per slot van rekening hun leven in de waagschaal stellen, ter discussie stelt of onderuit haalt. De zaak is evenwel te belangrijk om hem slachtoffer te laten worden van dit soort electorale overwegingen. De voors en tegens van de missie hadden uitvoerig in de campagnes aan bod moeten komen, omdat het letterlijk gaat om een zaak van leven of dood, voor de Nederlandse militairen maar ook voor de Afghanen.
De algemene consensus leek het PvdA-standpunt van 2006 te zijn dat er 'een kans' is dat de missie in Afghanistan kan bijdragen aan verbetering van de situatie van de Afghaanse bevolking en de westerse (onze) veiligheid door blijvende uitschakeling van de Taliban, Al Qaida en hun aanhangers. Er is in principe voor twee jaar getekend en de NAVO dient ruimte en tijd te worden gegeven. Verder lijkt niet te worden gekeken.
Inmiddels is evenwel duidelijk geworden dat de wederopbouwmissie van maart 2006 is bijgesteld tot een vechtmissie. Verder is ook gebleken dat de Taliban veel meer steun onder de bevolking hebben dan aanvankelijk werd gedacht, voorgespiegeld of aangenomen. Daarnaast gelden dat er, mede door luchtbombardementen en schoonmaakoperaties, grote aantallen vluchtelingen zijn ontstaan en dat honger dreigt voor miljoenen Afghanen. Ook zijn er de ontwikkelingen in Irak, die enigszins parallel lopen met die in Afghanistan (verdeeldheid langs etnische lijnen, zelfmoordaanslagen, oplaaiende strijd).
Relevante sites: Uruzganweblog, Ahmed Rashid (uittreksels boeken Jihad, Taliban), William Dalrymple (via Links: Dalrymple's artikelen over wahhabisme, soefisme en Al-Qaida).
hg
AFGHANISTAN EN DE NAVO
Het NAVO-beleid in Afghanistan lijkt mislukt. Generaal Richards, de Britse opperbevelhebber van de NAVO, waarschuwde deze week (week 41, oktober 2006) dat er in het komende halfjaar zichtbare verbeteringen voor de Afghaanse bevolking moeten komen. Als die uitblijven zou 70 procent van de Afghanen voor de Taliban kunnen kiezen. Tegelijkertijd werd bekend dat als gevolg van de luchtbombardementen en schoonmaakoperaties in de provincies Kandahar, Helmand en Uruzgan tienduizenden dorpelingen op de vlucht zijn geslagen.
Het gevoel van mislukking ontstaat doordat de werkelijkheid weerbarstiger en gecompliceerder is dan in het wij-zij-model wordt gesuggereerd. De NAVO staat in Afghanistan niet simpel tegenover Taliban en Al-Qaida. Het bondgenootschap staat tegenover de Pathanen, verreweg de grootste bevolkingsgroep (42 % volgens het CIA-factbook), die vanouds een dominante positie in Afghanistan innemen en al eeuwenlang streefden naar een eigen Pathanistan of Pasthunistan/Pasjtoenistan (hun taal is het Pashtu/Pasjtoe), voordat in de jaren í90 heel Afghanistan zomaar in hun handen viel.
De Pathanen zijn een volk met een eigen cultuur, die sterk is bepaald door hun woestijnklimaat. Ze bewoonden in een grijs verleden Oost-Iran, Zuid-Afghanistan en het tegenwoordige West- Pakistan (de autonome tribale gebieden), een gebied dat grotendeels bestaat uit woestijnen en ontoegankelijke bergen. Kandahar was hun hoofdstad. Ze waren opgesplitst in stammen, clans enzovoort, die niet altijd even vriendelijk met elkaar omgingen. Maar toch... Ze hadden een gezamenlijke taal, gemeenschappelijke wortels, een eigen vlag en eigen cultuur... en een sterk en hardnekkig onafhankelijkheidsstreven.
Het huidige Afghanistan is ontstaan in het grensgebied van de 19de-eeuwse en 20ste-eeuwse regionale grootmachten Rusland en Groot-BrittanniŽ. In 1947, met de onafhankelijkheid van India, werd Pakistan gevestigd en kwam de scheidslijn tussen Afghanistan en Pakistan te liggen langs de zogeheten Durand Linie, een tamelijk willekeurige grens die dateerde uit het einde van de 19de eeuw en destijds vooral Britse belangen diende.
De Pathanen wilden van het begin af aan de Durand Linie niet erkennen en de scheidslijn/grens werd eigenlijk alleen door hen geaccepteerd omdat er lange tijd niemand was die zich eraan stoorde - noch de Afghanen, noch de Pakistanen, en zeker niet de Pathanen. (De internetencyclopedie Wikipedia geeft hierover aardige informatie, zie: Wikipedia:Pashtunistan.)

onafhankelijkheidsbeweging
De presssie op de Pathanen nam evenwel toe met het ontstaan van een Afghaanse identiteit en de groeiende invloed van Kaboel. Als reactie hierp groeide ook de Pathaanse onafhankelijkheidsbeweging, die inspeelde op de internationale politiek rond beide wereldoorlogen en die van 1949 tot 1955 zelfs gewapende strijd voerde in het grensgebied van Afghanistan en Pakistan. Doel van die beweging was de ver/herovering van het gebied tussen de Durand Linie en de Indus, een aanzienlijk stuk van West-Pakistan, en aansluiting van dit gebied bij het Pathaanse gebied in Afghanistan (het huidige Taliban-country).
Dat West-Pakistan (Noord- en Zuid-Waziristan en de North West Frontier Province) dus historisch deel uitmaakt van Pasjtoenistan en tot het traditionele Pathaanse stamgebied behoort, is voor de NAVO bijzonder vervelend. De Afghaanse Pathanen onderhouden uiteraard nauwe banden met het broedervolk in Pakistan. Ze kunnen in de tribale gebieden terecht als de grond in Afghanistan te heet onder hun voeten wordt, en ze kunnen van daaruit over de door hen niet erkende Durand Linie naar Afghanistan wippen om het de NAVO en de Amerikaanse elitetroepen moeilijk te maken.
In de periode van de strijd met het Rode Leger (1979-1988) en daarna vluchtten zo'n drie miljoen Afghanen naar Pakistan en vestigden zich in kampen aan de Pakistaanse zijde van de grens. Ruim een miljoen nam de benen naar Oost-Iran. Velen waren afkomstig uit Zuid-Afghanistan. De Afghanen, vooral de Pathanen uit het zuiden, waren in de Pakistaanse tribale gebieden welkom. De facto werd als het ware alsnog een Pasjtoenistan gerealiseerd.

Taliban
In de kampen ontstond behoefte aan scholing en opleidingscentra voor de jeugd, waarin werd voorzien door madrassa's, die vanzelfsprekend de koran bovenaan hadden staan in hun lespakket. De madrassa's leverden in de jaren '80 rekruten voor de oorlog tegen de sovjettroepen. Die strijders sloten zich voornamelijk aan bij de mujahedeen in Zuid-Afghanistan, vooral die in Kandahar en omgeving. Zij zouden zich in de jaren '90, als Taliban, ontpoppen als de best georganiseerde beweging onder de mujahedeen en wisten, nadat jarenlang een chaotische strijd tussen tal van krijgsheren was gevoerd, in 1996 Kaboel zonder veel verzet in te nemen.
De Taliban zijn dus de militie van de Pathanen, hun in madrassa's geschoolde elite, de opvolgers van de mujahedeen. Zij vinden hun rekruten in dorpen verspreid over geheel Zuid-Afghanistan en met name onder de vluchtelinen in de tribale gebieden in West-Pakistan.
De mujahedeen ontleenden oorspronkelijk hun ethos aan de pre-islamitische Pashtunwali, de sociale code van de Pathanen, duizenden jaren oude culturele waarden en normen die diep verankerd liggen in hun volksziel, maar die hun beslag kregen op het niveau van de stam en de clan. Enkele kenmerken van die code zijn gastvrijheid tegenover vreemdelingen, eergevoel (ook eerwraak of bloedwraak, bijvoorbeeld bij de plicht een moordenaar van een naaste verwant persoonlijk te doden - het 'gij zult niet doden' transformeert hier in 'het gij zult doden'), zorg voor vrouw en kinderen, een democratische instelling (manifest in onder meer de loya jirga) en een persoonlijke relatie met God. (Zie voor meer over de Pasthunwali: Wikipedia: Pasthunwali.)
De komst van Arabische vrijwilligers voor de strijd tegen de sovjets (Arabo-Afghanen, Al Qaida-strijders, Osama bin Laden e.d.) en de behoefte aan natie-opbouw leidden tot een verschuiving van de waarden van de Pasthunwali-code naar die van de islamitische wet (de sharia), de jihad en het wahhabisme (een stroming die wordt geŽxporteerd door Saoedi-ArabiŽ en die oorspronkelijk een orthodoxe, Saoedische reactie was op het mystieke soefisme). Midden jaren '90 deed zich een ontwikkeling voor waarbij werd teruggevallen op de idealen van de maatschappij zoals de profeet Mohammed die in de Koran in de 7de eeuw - voor zijn dood in 632 na Christus - had geopenbaard. Het dorp won het van de stad, de traditie van de moderniteit, het patriarchaat van seksegelijkheid. Naar Saoedisch model werd een religieuze politie ingevoerd, met straffen als amputaties en steniging. De Taliban verboden ook iedere beeldvorming (tv, kunst), muziek e.d.. Mannen werden verplicht tot het dragen van een baard van specifieke lengte, vrouwen tot de de boerka.
De NAVO staat in Afghanistan niet alleen tegenover de restanten van deze Pathaanse militie, maar heeft daarnaast te maken met noordelijke bevolkingsgroepen die vanouds een eigen koers varen en wantrouwend staan tegenover centraal gezag en Kaboel (Tadzjieken, Turkmenen, Oezbeken, Hazaraís). Die groeperingen schikken zich overigens vooralsnog naar de buitenlanders, maar de vraag is hoe lang die coŲperatie zal duren.
Verder - last but not least - staat het bondgenootschap ook nog tegenover telers van papaverplanten, voor veel boeren nog altijd de enige bron van inkomsten, en de met hen verbonden transportmaffia. Uit de opiumhandel werden traditioneel de wapens van de mujahedeen betaald en met de Taliban zal het na hun verdrijving uit Kaboel niet anders zijn. (Officieel krijgen de Taliban hun wapens en uitrusting niet langer, zoals in de jaren '90, uit Saoedi-ArabiŽ en Pakistan, maar dat zegt niet veel. Het is duidelijk dat ze nog altijd grote steun in die landen hebben.)

mislukking
De omstandigheden voor een succesvolle ontwikkeling na de verdrijving van de Taliban uit Kaboel, eind 2001, waren gezien de historische ontwikkelingen niet al te best. De kans dat de Amerikanen en de Britten, en later de troepen van andere NAVO-landen, vast zouden lopen in etnische conflicten met historische wortels was groot. Toch was er waarschijnlijk veel mogelijk geweest, als een verstandig en sensitief beleid was gevoerd. De meeste Afghanen moeten na ruim twee decennia van strijd en chaos wel behoefte aan rust, vrede en - vooral - een economische injectie hebben gehad. Ook hadden velen waarschijnlijk hun buik vol van de despotische trekjes van het Taliban-regime. Er was aanvankelijk aanzienlijke steun voor de nieuwe machthebbers in Kaboel, hetgeen tot uiting kwam in de onverwacht goede opkomst bij de parlementsverkiezingen.
De mislukking zit hem vooral in het falen van de opbouwmissie. Er werd onlangs bekendgemaakt dat er 87 miljoen (dollar/euro?) is besteed aan militaire projecten en 7 miljoen aan civiele infrastructuur. (Of het dollar of euroís zijn doet er niet toe, het gaat om de verhouding.)
De mislukking zit hem ook in het opgetogen Ďwij gaan winnenívan De Hoop-Scheffer. In een oorlog zijn er geen winnaars en verliezers, er zijn alleen verliezers. Dat Ďwij gaan winnení illustreert de verkeerde prioriteitstelling, waardoor er een enorme discrepantie kon ontstaan tussen militaire en civiele projecten.
Het had van het begin af aan moeten gaan om de 'hearts and minds' van de Afghanen. Er had moet worden gewerkt aan dialoog, opbouw-, ontwikkelings- en inlichtingenwerk. Dat is niet voldoende ingezien, althans niet in het Pentagon en bij de NAVO-top, en dus was de oorlog in zekere zin al verloren voor hij werd begonnen.
Het is hetzelfde verhaal als in Irak. Ook daar moest vooral een militaire zege behaald worden, met als gevolg een soort burgeroorlog, ongelofelijke geweldsescalatie en maatschappelijk verval over de gehele linie.
Het falen in Afghanistan kan nog tot iets moois leiden, als de NAVO nu haar beleid bijstelt en de Taliban erkent als vertegenwoordigers van een Pathaans volk dat recht heeft op een positie aan de onderhandelingstafel. Ook voor de Taliban zijn de ontwikkelingen na 2001 rampzalig geweest en er is niets mee gediend ze uitsluitend af te schilderen als neonaziís of Pol Pot-aanhangers (hun extremisme lijkt eerder een gevolg van maatschappelijke ontwrichting - dus uit wanhoop geboren - dan van waarden en normen die inherent zouden zijn aan de koran of hun traditionele Pasthun-cultuur: de Pasthunwali-code staat in veel opzichten haaks op de latere mix van sharia en wahhabisme).

NAVO-missies te over
Als de NAVO een militaire dictatuur, met kernbommen, wil aanpakken, kan ze beter in het Pakistan terecht van bondgenoot generaal Musharraf, dat ondergronds via de geheime dienst ISI de islamitische revolutie naar Kasjmir en Afghanistan exporteerde(t) en aanzienlijk gevaarlijker en ontwrichtender voor de regio lijkt dan Irak. Als ze een shariaregime te lijf wil gaan is daar naast Iran nog altijd trouwe bondgenoot Saoedi-ArabiŽ, dat samen met Pakistan de Taliban in de jaren '90 aan de macht hielp en dat zichzelf ziet als waakhond van een orthodoxe islam, gestoeld op wahhabisme (inclusief lijfstraffen en executies). Als zo nodig doodstraf en mensenrechtenschendingen moeten worden bestreden zijn daar de VS en China. Als hongersnood en etnische zuiveringen moeten worden verhinderd, is daar Darfur. Als het gaat om het rechttrekken van scheve verhoudingen waarbij het ene volk het andere tot slachtoffer maakt zijn daar ook nog altijd de IsraŽliŽrs en de Palestijnen. (Het nu ruim 50 jaar laten voortwoekeren van het IsraŽlisch-Palestijnse conflict wordt door velen gezien als de wortels van veel, zo niet alle, kwaad in de regio.)
Het voorkomen van een vrijhaven voor het beramen van terreuracties doe je niet met schoonmaakoperaties, luchtbombardementen en het installeren van een marionettenregime. (Vijfhonderd dode Taliban bij de Medusa-operatie in Kandahar en Helmand in september, zo werd opgetogen door de NAVO meegedeeld - er gemakshalve aan voorbijgaand dat vijfhonderd dode Taliban vermoedelijk een veelvoud aan nieuwe rekruten in de vorm van nazaten en andere verwanten voor de militie oplevert.)
Zoals Bin Laden overtuigend heeft aangetoond, is er voor het plegen van terreurdaden niet meer nodig dan bereidheid het eigen leven te offeren en wat pennenmesjes. Al-Qaida (letterlijk 'de basis') is geen hiŽrarchische organisatie, maar een netwerk van losse cellen die onafhankelijk opereren en zich laten inspireren door de strijd tegen neokolonialisme en met het Westen samenwerkende marionettenregimes, nationale elites en oliesjeiks. (Zo Bin Laden voor jihadisten niet het charisma had van Che Guevara, dan zou hij dat na 11/9 zeker moeten hebben.)
Aanvaarding van de jihad (letterlijk: innerlijke spirituele strijd of groei) impliceert de bereidheid het ego in liefde los te laten of te overstijgen. Als de woede en de wanhoop (of de collectieve waanzin) groot genoeg zijn, kan - zeker in een oorlogssituatie, maar ook anderszins in een stammencultuur met een centrale rol voor eergevoel - het jihad-principe worden geperverteerd en misbruikt door het eigen leven via een zelfmoordaanslag in martelaarschap te offeren.
Een samenzwering kan ook op touw worden gezet in een voorstad van Londen of aan de Herengracht in Amsterdam.
Kortom: discussie over de zin en onzin van de Uruzganmissie lijkt niet overbodig.

(bijgewerkt 10 januari 2007)
Hans Grimm