Home - Inhoud - Verslag-34 - Verhaal-36 - Archief - DB-week 43 - red.
COLUMN OP NIEUW-DENNENDAL.NL
WEEK 46
NO. 35

14 nov.

INTERACTIE:

Vanaf eind oktober 2003 zijn opgenomen de rubrieken DAGBOEK & PRIKBORD en COLUMN, via redactie te vullen door sitebezoekers. Bij het ontbreken van bijdragen springt de redactie in. Graag ondertekening met naam en toenaam, en eventueel e-mailadres. Ook een fotootje behoort tot de mogelijkheden. Een sleutelwoord of kopje is handig. Plaatsing van het dagboek gebeurt naar dag van ontvangst, voor de column is in principe de vrijdag gereserveerd. De plaatsing kan op zich laten wachten door technische problemen, afwezigheid van de muze, vakantie e.d.

ONDERWERPEN:

De column- ruimte bij nieuw-dennendal.nl is bij uitstek gewijd aan het Vrije Woord. Ze kan worden gewijd aan ieder mogelijk onderwerp: van politiek, psychologie en spiritualiteit tot poŽzie en boekbespreking. Vanzelfsprekend blijft de redactie verantwoordelijk.
Er geldt in principe een minimum van 350 en een maximum van 500/600 woorden, maar uitzonderingen zijn mogelijk. Eventueel wordt over de vorm ge-emaild.


Dagboekinzendingen svp mailen onder 'dagboek', columns onder 'column'.


column: HOE EEN KWARTJE VAST KAN ZITTEN
Door Hans Grimm


Vanochtend werd ik getroffen door een column over 'de politieke islam' van Wim Bossema in de Volkskrant. Bossema citeert uit een boek van twee onderzoekers, de Brit Alex de Waal en de Sudanees Abdel Salam: Islamism and its Enemies in the Horn of Africa. De Waal en Salam brengen drie moslimfundamentalistische stromingen in kaart: de terroristische jihad van Osama bin Ladens Al Qaida en twee andere, die door Al Qaida verdrongen zouden zijn: de nationalistische, islamitische jihad en de neofundamentalistische jihad. De laatste zou vooral actief zijn geweest in Egypte, na de moord op Sadat in 1981.
Als geestelijke vader van alle drie bewegingen wordt genoemd de Egyptenaar Sayyid Qutb, die een soort verpolitiekte metafysica bedreef en in 1964 het eerste manifest van de politieke islam schreef, genaamd 'Mijlpalen'. Qutb werd onder Nasser tot tien jaar veroordeeld, in de cel gemarteld en stierf in 1966, aldus Bossema.
Volgens De Waal en Salam kampt de leer van Qutb met 'een onoplosbaar probleem: moslims kunnen alleen een deugdzaam leven leiden in een islamitische staat met de moslimwet sharia'. De onoplosbaarheid zit hem er kennelijk in dat Qutb zulke hoge eisen stelt aan zijn beoogde staat dat die ideale trekken krijgt en op aarde niet verwezenlijkt lijkt te kunnen worden. Staten als Iran of Saudi-ArabiŽ lijken ten minste niet aan de criteria te voldoen.
'Hoe groot moet dit dilemma dan wel niet zijn voor aanhangers van de leer van Qutb onder de islamitische minderheid in het vrijgevochten Nederland', vraagt Bossema zich af.
Bij mij viel op dat moment het kwartje.
Het zit hem in de combinatie van de termen 'deugdzaam leven', 'islamitische staat' en 'sharia'.
Sinds de moord op Theo van Gogh worstel ik, ongetwijfeld als velen, met de vraag hoe iemand er toe komt uit schijnbaar ideologische, om niet te zeggen idealistische, overwegingen een ander van het leven te beroven met een zelfmoordaanslag. Uit de brieven van Mohammed B. en de gebeurtenissen na de moord heb ik begrepen dat hij van plan was zichzelf van het leven te laten beroven.
De zelfmoordaanslagen in Irak, TsjetsjeniŽ en IsraŽl lijken voort te vloeien uit wanhoop, uitzichtloosheid, persoonlijke ellende in combinatie met een heilsleer die in sociale erkenning (het martelaarschap van de dader voor de nazaten en de familie) en een beloning in het hiernamaals voorziet. Ze zijn in zekere zin, ondanks hun gruwelijkheid, inleefbaar. In de Tweede Wereldoorlog werd ook op de stranden van Omaha massaal gestorven vanuit een soort vastberaden doodsverachting, in de wetenschap dat een goede zaak werd gediend en er voor de betrokkene op dat moment geen alternatief bestond. Dat alternatief was op een eerder moment, bij het maken van de keuze van dienstneming, niet gevoeld of onderdrukt, en op het moment dat mogelijk de twijfel toesloeg was het te laat.
Mohammed B. en consorten - zoals de vliegtuigkapers die de WTC-torens doorboorden - lijken te worden gedreven door een noodlottige mix van woede, frustratie en eerwraak in combinatie met een heilsleer die martelaarschap en doodsverachting hoog in het vaandel heeft.
Dergelijke gevoelens en motieven worden min of meer inleefbaar als je de combinatie 'deugdzaam leven', 'islamitische staat' en 'sharia' tot je laat doordringen. Er wordt in wezen een bepaald gedrag voorgeschreven (deugdzaamheid), gesanctioneerd door de wet (sharia) en de vorming van een staat (door de wet geordende gemeenschap). Daarbij wordt, althans door Qutb, in het midden gelaten of die staat zich in dit aardse of in het hiernamaals bevindt, of beter gezegd: de grens tussen aards en hemels is niet langer relevant.
De drievoudigheid roept associaties op met de trits 'boeddha' ('deugd' in de vorm van verlossing, verlichting), 'dharma' (leer of wet) en 'sangam' (gemeenschap), of met - iets andere betekenisaccenten - 'vader', 'zoon' en 'heilige geest'.
'Deugdzaam' staat voor 'goed', 'lovenswaardig'. De term werd al door de oude Grieken gehanteerd in hun aan de filosofie gewijde academies. Het Griekse ethos of ethiek bracht 'deugd' voort, een soort adeldom dat de filosoof in spe binnen de filosofische gemeenschap via het debat in staat stelde tot filosoferen. De logos (woord, rede) leidde tot onthechting van het aardse en zicht op het hemelse.
'Deugdzaam' kan ook worden geduid als 'gelovig', het rijk van barmhartigheid en liefde opent zijn deuren voor degene die zich geroepen weet tot 'loven', 'liefhebben van God'. Dergelijke kwaliteiten werden/worden vooral aangekweekt binnen gemeenschappen als de kloostergemeenschap en in bredere zin de kerk of de moskee. Zowel van de filosoof in opleiding als van de monnik of toegewijde gelovige werd/wordt een totale, absolute inzet vereist.
De nagestreefde voortreffelijkheid gaat gepaard met een zekere doodsverachting, omdat er van uit wordt gegaan dat het leven in de deugd of de goddelijke liefde ontstijgt aan of zich voortstrekt tot na de (ego)dood. In het anticiperen op eeuwigheid en onsterfelijkheid wordt het lichamelijke, met zijn angst voor sterven, getranscendeerd. Plato's Socrates is hťt klassieke voorbeeld.
En daar lijken Mohammed B. en al die anderen, min of meer te blijven steken. Hun keuze is absoluut en totaal, maar hun kwartje valt niet. Ze zijn aan het transcenderen, op weg naar het paradijs, arrogant in hun gelijk, verstoken of afgesneden van menselijke emoties als doodsangst, bereid iedere aantasting of bespotting van hun streven met goddelijke toorn af te straffen. Maar ze lijken onwetend van de nondualistische top en vooral van de integratie, de onmisbare, cruciale weg naar beneden. De barmhartige omarming van het aardse, het wereldse, het leven in zijn rijkdom en differentiatie aan vormen, met al zijn smarten en geneugten, met zijn pestkoppen van het vrije woord als Theo van Gogh, en natuurlijk ook van het eigen 'ik', wordt niet onderkend en gezien.
Vijfmaal daags in de moskee op de knieŽn, je almaar uitstrekken naar het Hogere, Allah omarmen, en niet inzien dat Allah niet resideert in het hiernamaals, maar in het hiernumaals, dat Hij zich onthecht, dus met een ruime dosis ironie en zelfspot, manifesteert in vorm.
WŠt een misvatting, met welke verschrikkelijke gruwelijke gevolgen. Je zou er atheÔst en agnosticus van worden.

Hans Grimm