-------------------- (logo van de krant uit '73) ------------------
Home - Inhoud - we.43-46 - we.50-52 - db-archief-3 - col. we-46 - redactie
DAGBOEKNOTITIES OP NIEUW-DENNENDAL.NL

@@@@@@@ 'voorbij seks, drugs en rock 'n roll' @@@@@@@
WEKEN
47 T/M 49
(15/11/04 -
05/12/04)

'The miracle today is communication. So let's use it' (John Lennon, 1969).
'Waarvan men niet spreken kan, daarover moet men niet zwijgen' (Piet Gerbrandy, 2004).

Het Woord was gevallen, gevleugeld maar toch gevangen: re-Ünie. En we proeven elkaar opnieuw, met woorden als vogels van de Nieuwe Tijd, scherend over de golven voorbij het stiltegebied. Zeemeerminnen wuiven, Kabouters spelen blindemannetje, Anders-Globalisten komen ons beverven. We stijgen en dalen los van parachutes door de sferen. Iedere ademstoot pleegt een kleine revolutie. Een volle maan belicht de tijd-ruimte, transcenderend, integrerend, vreedzaam, vrij en vreugdevol. Engelen bekogelen ons met serpentines en uit de jukebox schalt Imagine. Het Woord staat op, breekt uit, ademt in onze buik, maakt steeds wijdere kringen..... (uit Reünie).

INTERACTIE:

Het DAGBOEK/PRIKBORD wordt geschreven door sitebezoekers of de redactie. Deelname is mogelijk via een mailtje naar dagboekredactie onder vermelding 'dagboekje'. Graag ondertekening met naam en toenaam, en e-mailadres. Een sleutelwoord of kopje is handig. Plaatsing kan op zich laten wachten door technische problemen, vakantie e.d. Voor rechtstreekse bijdragen is er het Gastenboek. Als je liever geen e-maildres vermeld vanwege spam-gevaar of andere redenen, laat het weten.

ONDERWERPEN/STIJL:

De dagboekruimte is vrij: het thema was, is en blijft: grenzeloze bewustzijnsverruiming, een vrije val in liefde. Dat betekent dat de ruimte in principe kan worden gewijd aan alles, van reacties op de nieuw-dennendalsite tot commentaren op geplaatste dagboeken tot persoonlijke oprispingen tot hedendaagse geschiedschrijving tot poëzie enzovoort. De idee is het delen van waardevolle ervaringen. Het dagboekje telt in principe maximaal 300 woorden, maar met die beperking wordt flexibel omgegaan.

DAGBOEK 04-12-04
12:31 uur: Foudraine (10)
'Metanoia' vanochtend uitgelezen. Gisteravond raakte ik bijna het spoor bijster. Ik zat te lang door te lezen in het laatste hoofdstuk (Tijd, worden en afgscheidenheid), en verloor het zicht op alle door Foudraine aangedragen 'bronnen' en citaten. Het ging me dus duizelen tussen Tony Parsons en Stephen Jourdain, en ik dacht met enige weemoed aan Ken Wilber en Rüdiger Safranski, die tóch ietsje systematischer te werk plegen te gaan. Ook bedacht ik me dat Foudraine zich wel erg concentreert op net gestorven of nog levende Ontwaakten en Zelfgerealiseerden, en vroeg me af waarom hij geheel voorbijgaat aan de oude Grieken (zoals Plato), de Duitse filosofen (Kant, Nietzsche, Heidegger - de laatste toch dé filosoof van de 'tijd') en hun Franse vakbroeders (bijvoorbeeld Sartre en Derrida, wiens deconstructivisme misschien wel heel dicht bij Foudraines wantrouwen jegens het conceptualisme komt). Zij hebben allen minstens zo inspirerend geschreven over de vraag 'Wie ben ik' als de door hem geciteerden.
Maar vanochtend kwam alles weer goed. Foudraine haalt in kort bestek veel overhoop, gaat met sneltreinvaart door Parsons en Jourdain heen, en noemt en passant Krishnamurti, Osho, Ramana Maharshi, Douglas E. Harding, Eckhart Tolle, Jan Kersschot, Wolter Keers, Alexander Smit, Leo Hartong en anderen, om uiteindelijk uit te komen bij zijn buurman in het Franse Grasse waar het boek voor een deel werd geschreven, zwembadschoonmaker en tuinman Jonathan. De schrijver heeft zijn ivoren toren verlaten en ontmoet de mens.
En van de mens Foudraine moet de lezer het uiteindelijk hebben. Foudraine is zo de moeite waard vanwege zijn nietsontziende eerlijkheid en integriteit, zijn grote psychotherapeutische ervaring en - hier als laatste genoemd maar zeker niet het minst - zijn inzicht in de bronnen van (eigen) lijden en wanhoop.
Er zitten juweeltjes van zelfobservatie in ('Laatst stond ik onder de douche in het zwembad en tegelijkertijd was ik bezig te bedenken of ik een broodje kaas of een broodje ei in het resaurant zou bestellen' - 157) en diepzinnige inzichten ('Zo zijn wij allen van hout, slim wellicht, handig in onze argumentatiedrift, wetenschappelijk en technologisch voortvarend, maar uiteindelijk net zo destructief als zij die een arsenaal aan atoombommen tot hun beschikking hebben en menen dat ze, zoals president Bush, 'het kwaad moeten bestrijden'. Het 'kwaad' is uiteindelijk onbewustheid en de ik-overtuiging. Als deel van de gescheidenheid is het een touw dat laag over de grond over een drukke straat is gespannen. Iedereen struikelt erover - zoals Nisargadatta Maharaj het eens uitdrukte' - 184).
Het slot, een droom waarbij hij in een spanlaken wordt afgevoerd, is hilarisch en ontroerend.
Wat kan ik er meer over schrijven Niets! Ik schrijf, om Foudraine te citeren, deze lange brief immers alleen ter eigen lering. En wat valt er van je spiegelbeeld te leren? Van harte aanbevolen.

HG

DAGBOEK 03-12-04 (2)
22:57 uur: Vluch(t)schrift
Beste mensen, hierbij vind je een vluch(t)schrift van Willem de Haan, betrokken bij Vluchtelingenzorg Wunseradiel in Witmarsum. Willem verzamelt informatie over vluchtelingen en stuurt die dan door. Het lijkt me een goede manier om op de hoogte gehouden te worden van dingen die her en der in ons land gebeuren enof gepubliceerd worden in een of andere krant. Dus: zegt het voort en mail het door...
Heb je belangrijk nieuws? Mail het naar: willemwandelaar@wanadoo.nl
Groet van.

Inge Mans

DAGBOEK 03-12-04
13:15 uur: Foudraine (9)
Kreeg een link opgestuurd van een website waarop guru's naar verlichtingsgehalte in kaart worden gebracht, zie Guru ratings. Zoiets werkt relativerend, en dat is wel eens nodig bij deze materie.
Heb inmiddels ook hoofdstuk 3 van Foudraines boek, Over metanoia en psychotherapie, doorgelezen. Foudraine probeert onder meer duidelijk te maken dat er een wereld van verschil is tussen werken aan je psychosomatische structuur en Zelfgerealiseerd-zijn, tussen therapie en mystiek. Tegelijkertijd lijken er aanrakingspunten te zijn, zoals hij met enkele 'gevallen' illustreert. Het hoofdstuk grijpt qua sfeer terug op Wie is van Hout en Bunkerbouwers. Veel psychotherapeutische illustraties.
Vanochtend las ik in de Cicero (Volkskrant) een recensie van Gert J. Peelen over een nieuw boek van de theoloog Kuitert, die daarin kennelijk zijn uiterste best doet 'de gelovige' niet te verliezen. Kuiterts theologie gaat 'beyond' God en geloof en dat doet hem als 'vrijzinnige' het contact verliezen met de 'rechtzinnigen'.
Eigenlijk loopt Foudraines thematiek parallel aan die van Kuitert. Beiden signaleren het gevaar van conceptualisering, het moeras van het Woord en de ratio, waarin de mystiek als het ware dreigt te worden meegezogen. Beider taak als schrijver is het Woord te redden van inflatie en nieuwe, transcendente vitaliteit te geven.
Zo kan ie wel weer, vandaag.

HG

DAGBOEK 02-12-04
11:12 uur: Foudraine (8)
Dacht dat ik er wel mee klaar was, maar nee hoor: Foudraines boek blijft aandacht vragen. Tussen alle biografieën van de prins door heb ik het hoofdstuk over Laing en Jung weten te lezen. Voor mij boeiende stof. Ik weet nog goed dat ik ooit in een trein zat, ergens in de beginjaren '70, en een kranteninterview met Laing las. Het was alsof de hemel op je neerdaalde. Eindelijk iemand die jouw taal sprak. En Jung is natuurlijk altijd een intrigerende figuur geweest: een van de eersten uit de 'officiële' psychiatrie die openstond voor het mystieke.
Foudraine probeert het Zelf-gerealiseerde, Ontwaakte-gehalte van beiden te doorvorsen. Dat klinkt wat ridiculiserend als ik het zo opschrijf, maar dat is allerminst zo bedoeld. Hij toont min of meer aan dat beiden een heel eind op weg waren, maar vermoedelijk toch door ego- en angstgevoelens ervan zijn weerhouden de hele weg te gaan. Jung bezocht bijvoorbeeld wél India, en kwam op een paar kilometer van Ramana Maharshi, maar nam niet de moeite naar de berg te gaan waar de heilige mediteerde en bezoekers ontving. (Als lezer voel je de verontwaardiging en ontzetting van Foudraine.)
Laing bezocht óók India, mediteerde in een grot, voerde gesprekken met sadhu's, maar gooide later, in Londen, een steen door een ruit van een Rajneesh-centrum. Van Bhagwan/Osho moest ie om een of andere reden niets hebben - Foudraine suggereert allerlei oorzaken, zoals een zéér traumatisch verleden en een drankprobleem.
Foudraine vertelt ook over Michael Barnett, die een medewerker of vriend van Laing was en wél naar Poona ging, daar sannyas nam en de naam Somendra kreeg. Barnett is volgens Foudraine wél de hele weg gegaan. Hij illustreert dat met een citaat, en dan vraag ik me als lezer af wat dat voor bewijs is, maar goed: iedereen verdient de 'benefit of the doubt' en ik wil hiermee zeker niet Barnett/Somendra tekort doen.
(Iets anders is dat al dit geschrijf over Zelfgerealiseerden en Ontwaakten bij mij een zekere weerzin oproept. Het is net of cruciale kwaliteiten zoals liefde, humor (zelfrelativering), mededogen (genade) kwantificeerbaar worden gemaakt, en als het ware qua belang ondergeschikt worden gesteld aan kwaliteiten als psychotherapeutische intelligentie en een geniaal communicatief vermogen.Terugblikkend is Bhagwan/Osho voor mij zo interessant juist vanwege zijn feilen, zijn menselijkheid. De tranen die hij huilde over het verraad van Sheela, en de ontreddering die je in hem voelde toen hij zijn sannyasins opriep het rood uit te trekken, waren écht. Daar demonstreerde zich in zekere zin het relatieve in het absolute, de mens in de mysticus, daar merkte je de grootheid.)

HG

DAGBOEK 01-12-04
12:31 uur: Foudraine (7)
Heb de lezing, gehouden in Sheffield, uit (blz. 64), en kan nu beginnen aan hoofdstuk 2, Ronald Laing en Carl Gustav Jung. Foudraine houdt een mooi verhaal. Jammer dat ik er niet bij was. Hij weidt o.a. uit over DSM, Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, een handboek voor psychiaters, die erin kunnen opzoeken wat hun cliënt heeft en op grond van die diagnose medicijnen kunnen voorschrijven. Foudraine keert zich heftig tegen deze praktijk, die volgens hem veel onnodig leed veroorzaak, omdat daarbij stelselmatig voorbij wordt gegaan aan de mogelijkheden van psychotherapie.
Zoals gezegd, in die afwijzing van de traditionele (biologische) psychiatrie is Foudraine heel fel. De humor van Osho's Moella Nasroeddin is daarbij wel eens ver te zoeken. Ik wil er niet te veel meer over schrijven. Foudraine komt snel 'to te point' en wrijft die er hard in. Op internet zag ik dat de Koorddanser van november een uitvoerige recensie van het boek heeft (het heeft geen zin de website van de Koorddanser te bezoeken, want die vermeld hoegenaamd niets van de inhoud van het blad - je zult het moeten kopen).

HG

DAGBOEK 30-11-04 (2)
12:17 uur: Foudraine (6)
Heb gisteren bij Scheltema en Holkema (Amsterdam, Koningsplein), een exemplaar van Foudraines nieuwste boek, Metanoia, op de kop weten te tikken. Het lijkt de eerdere boeken van zijn hand, waaronder Wie is van Hout, Oorspronkelijk Gezicht en Bunkerbouwers, in perspectief te plaatsen.
Ik ben pas op bladzijde 37 - en het zijn er 191 - dus een oordeel valt nog niet te vellen. Maar het begin is boeiend. Foudraine vertelt over een uitnodiging om in Engeland voor een groep kritische psychiaters een lezing te geven. De invitatie vloeit voort uit de roem die hem ten deel is gevallen na 'Not made of Wood' en de organisatoren realiseren zich kennelijk niet dat hij de psychiatrie, en de psychotherapie, min of meer heeft verwisseld voor de mystiek. Ze zien in hem vooral een Nederlandse editie van de in 1989 gestorven Ronald Laing. Foudraine grijpt de kans aan om een Bhagwanesque betoog te houden - inclusief Playboygrappen - over de wereld 'beyond psychiatry and psychotherapy'. Later meer.

HG

DAGBOEK 30-11-04
11:58 uur: Detlef Petry
Hij oogt zwaar, Duits en gemoedelijk: Detlef Petry, psychiater verbonden aan de Limburgse psychiatrische kliniek Vijverdal. Gisteravond, 23:05 uur, bracht de NCRV op Ned 1 een documentaire over zijn werk met 'uitbehandelde' psychiatrische cliënten. Onder hen knuffeldier en sinterklaasvertolker Jean Marie.
Heb geboeid zitten kijken. Mooie film, die me eens te meer deed realiseren dat veel bewoners van Lorentz - destijds 'zwakzinnig' genoemd - eigenlijk vielen onder de categorie opgegeven, uitbehandelde psychiatrische patiënten.
Onze 'verdunning' kun je in dit perspectief zien als een poging om dat wat 'opgegeven' en 'uitbehandeld' was opnieuw te integreren.
Volgende week maandag is er weer een uitzending. Van harte aanbevolen.

HG

DAGBOEK 28-11-04
21:38 uur: Trappisten
Zaterdag met de trein van Amsterdam naar Breda, vandaar met de bus naar Rijsbergen, daar uitgestapt en via het 'grenslandpad' naar Essen - net over de grens in België -, alwaar in een Nivon-huis gelogeerd. Zondag over de Kalmhoutse hei gelopen en in Heide de trein gepakt naar Roosendaal, en vandaaruit terug naar Amsterdam.
In Heide was bij het station een merkwaardig oorlogsmonument over de Slag om Antwerpen, benevens een Suske en Wiske-museum. Maar het indrukwekkendst was toch zaterdagmiddag, na bossen, vennen en wilde paarden, tussen het Pannenhoef en het dorp Schijf: het Trappistenklooster, de Abdij Maria Toevlucht.
Helaas geen proeverij. Een groot hek versperde de doorgang, zodat we alleen vanuit de verte de torens van het enorme gebouw konden bewonderen.
Thuisgekomen Google gecheckt, en zowaar: een uitgebreide site over de Abdij Maria Toevlucht bij Zundert. Verder is er een filmpje van broeder Gerard. En niet alleen dat de orde fameus is voor zijn bier, ook blijken er connecties te bestaan met oosterse mystiek. Moe van de traditionele liturgie werd in de jaren '60 en '70 gezocht naar nieuwe inspiratie, en die werd uiteindelijk via Graf von Dürckheim gevonden bij zen.

Wilde paarden en vennen in mistflarden,
zompige bospaden, vochtig riet,
monniken met schuim in hun snor
doorkruisen het bos: regendruppels glinsterend op rugzakken.

HG

DAGBOEK 26-11-04 (2)
11:45 uur: Foudraine (5)

Een kleine geschiedenis van de antipsychiatrie in de jaren '60 en '70.

'Osho werd op 11 december 1931 in een klein dorpje in India geboren als de oudste in een gezin van twaalf kinderen. Hij werd opgevoed door zijn grootouders en ontwikkelde een diepe band met zijn grootvader. Het was een grote schok voor hem dat hij zijn grootvader tijdens een reis naar een dokter langzaam zag sterven. Hij was toen zeven jaar en wilde zelf ook sterven' (blz. 174: Oorspronkelijk Gezicht, Een gang naar huis' - Swami Deva Amrito, Jan Foudraine, 1979.)
Osho was voor Foudraine (1929) immens belangrijk. Waarom?
Had Foudraine een zwakke persoonlijkheid? was hij labiel? ontbrak het hem aan kritisch vermogen? had hij een sterk rolmodel nodig om er bovenop te komen in de crisis waarin hij na Wie is van Hout kennelijk belandde?
Mogelijk, maar het is zeker niet het hele verhaal. Foudraine had in de jaren '50 medicijnen gestudeerd, was doorgegaan voor psychiater, had zich in 1962 in Chestnut Lodje in Amerika verdiept in wat toen de modernste opvattingen over psychiatrische hulpverlening waren (John Rosen, Harry Stack Sullivan, Frieda Fromm-Reichmann enz.) Hij was daarmee naar huis, naar Nederland, gekomen, om te ontdekken dat er eigenlijk niemand op al die nieuwe ideeën zat te wachten. Er ontstond een intern conflict bij de psychiater die zo graag zijn visie over het belang van de psychotherapeutische aanpak in de psychiatrische hulpverlening in de praktijk wilde brengen.
Hij begon in 1969 - waarschijnlijk heel idealistisch, zoals in die tijd gebruikelijk was - een psychotherapeutische praktijk in Amsterdam. Maar hij wilde meer en begon zijn ideeën aan de hand van een dagboek uit zijn studieperiode op schrift te stellen. Eindelijk, in '71, kwam de doorbraak en kon Wie is van Hout worden gepubliceerd, waarmee hij de antipsychiatrie in de Lage Landen en ver daarbuiten - het boek werd in tal van talen vertaald - mee hielp vormgeven.
Toen volgde de Werdegang. Foudraine werd gezien als het boegbeeld van de vernieuwing, maar de maatschappij en zijn vakbroeders in de gevestigde instituten zaten daar ook in de jaren '70 niet écht om verlegen. De tegenstand was enorm. Foudraine liep volledig stuk op de gedemocratiseerde gezondheidszorg waar onderhuids veel bij het oude was gebleven. (Hoe groot het verzet was moge natuurlijk ook blijken uit de ontruiming van Lorentz en de afbraak van Nieuw Dennendal - let op de jaartallen: 1974.)
Zelf zegt Foudraine in Oorspronkelijk Gezicht, en in latere boeken, dat hij na Wie is van Hout onbewust zocht naar een positieve mensvisie. Hij had met Wie is van Hout de traditionele psychiatrie, een medisch specialisme, ten grave gedragen - en daarmee het fundament onder de toenmalige wijze van hulpverlening aan de in nood verkerende mens ondermijnd (kennelijk ook deels het fundament onder zichzelf). Logisch dat er na die teraardebestelling een wederopstanding nodig was.
Er vond als het ware een fusie plaats. Osho raakte in 1953, op 21-jarige leeftijd, naar eigen zeggen verlicht. Wat je je daarbij moet voorstellen kun je alleen maar bevroeden als je je verdiept in de boeddhistisch-hindoeïstische traditie. Hij deed daar aanvankelijk niets of weinig mee, studeerde in 1957 af in de filosofie en het sanskriet en werd docent aan het Raipur Sanskrit College en later professor aan de Universiteit van Jabalpur. In 1966 legde hij zijn professoraat neer en ging als 'holy man' door India reizen, een beslissing die voor ons vreemd overkomt maar die voor het India van de jaren ´60 - en waarschijnlijk ook nu nog - niet buitenissig was. Het stikte - en stikt - er van de sadhu's. Osho volgde gewoon een oude traditie. Twee jaar lang sprak hij als Acharya (leraar) op dorpspleinen en in markthallen, waarna hij zich in '68 met een schare volgelingen terugtrok op een flat in Bombay. Hij was toen al geen Acharya meer, maar Bhagwan (de gezegende).
Zijn volgelingen namen snel toe in aantal en er begonnen steeds meer westerse geïnteresseerden te arriveren. In 1974 begon een nieuwe fase, toen hij naar Poona verhuisde en daar een ashram stichtte.
De rest van het verhaal is wel bekend. Foudraine arriveerde in 1978 in Poona, op het einde van zijn latijn. Hij herkende in Bhagwan de ultieme hulpverlener en psychotherapeut, de mens die in staat was met zijn verlichte energie het innerlijk van de ander te transformeren en die ander tot bloei te brengen. Foudraine had het antwoord gevonden wat hij zocht, de inspiratie, de bezieling - in wezen de positieve mensvisie - waarop de westerse antipsychiatrie zat te wachten.
Helaas, niet iedereen dacht daar zo over.

HG

DAGBOEK 26-11-04
11:43 uur: vreemd
vergadering

binnenkomend
gezichten, ogen, schuivende stoelen
voel me onderdeel
nieuwsgierig opgewonden
neem ik plaats.
woorden beginnen te groeien
lijken als waterdamp
op te stijgen
wolk die de ruimte lijkt te vullen.
ik zoek de gezichten
ogen
hoor geen schuivende stoelen meer.

R.

DAGBOEK 25-11-04
12:18 uur: Foudraine (4)
Week 48 lijkt de Foudraine-week te worden. Hij laat me niet los. Gisteravond heb ik nog eens Wie is van Hout doorgebladerd en pakweg de helft van Oorspronkelijk Gezicht gelezen. Vruchtbare avond. Hij kan schrijven, swami J., zoals ie aanvankelijk genoemd werd in Poona.
In de introductie van Wie is van Hout keert Foudraine zich onmiddellijk al tegen het taalgebruik van het psychiatrische establishment, een thema waarop hij in het gesprek met de KRO van 2004 terugkeert... en kennelijk terecht. Het bracht mij ertoe onmiddellijk een uitweiding van hem op te nemen in het aanvankelijk wat kort-door-de-bocht geschreven dagboek van 18/11 over schizofrenie. (Dank voor de oorvijg, Jan.)
Een ander thema bij Foudraine lijkt zijn verhouding met de journalistiek (maatschappij, vakbroeders). Al bladerend door Wie is van Hout ('71) en Oorspronkelijk Gezicht ('79) wordt wel duidelijk waarom. Het eerste gedeelte van Oorspronkelijk Gezicht is gewijd aan de moeilijkheden die hij kreeg door het succes van Wie is van Hout. Hij werd gezien als de kampioen van de nieuwe psychotherapeutische aanpak en als de sterke man die met het gehele psychiatrische establishment had afgerekend, maar verloor daardoor contact met zijn natuurlijke achterban, en viel letterlijk tussen wal en schip. Nadat hij in 1979 het oranje had aangetrokken en in Oorspronkelijk Gezicht uitvoerig verslag had gedaan van encounter- en tantra-groepen in Poona werd het helemaal erg. 'Er was veel hoongelach. Ik raakte alle krediet kwijt. Het feit dat je onder een andere naam in oranje kleren uit India terug keerde en ook-nog-met-Volkskrant-journalisten-ging-zitten-praten was natuurlijk grotelijks naïef van mij.'
Hoe dat geweest moet zijn blijkt uit een stukje van Ben Haveman, die vanochtend in de Volkskrant een mooi verhaal neerzet over het icoon van de erotiekbeleving in 1969: Jane Birkin. Haveman bundelde in '85 een aantal stukjes van eigen hand in 'Zeepbelllen in een netje', met daaronder in de categorie 'Het Hogere in de mens' een epistel genaamd 'Maitreya kan niks met wursjippen'. Het Maitreya-verhaal eindigt met 'Wij moeten dus niet wursjippen maar hummen. Dies zal Maitreya aan ons verschijnen. En zo niet, dan mogen beide stromingen (Bhagwan en Maitreya) elkaar bij Sonja in de haren vliegen met hun claim op De Nieuwe Mens. Zeer Verlichte Swami (Amrito) Foudraine zal daarbij ongetwijfeld worden verwijderd wegens het verontwaardigd veil geven van een bilpartij'.
Het kan moeilijk zijn de innerlijke wereld van levensvragen, zingeving en mystiek en de buitenwereld met zijn zwak voor ironie, satire en vileine spot met elkaar te verzoenen. Dat probleem lijkt van alle tijden, zoals mag blijken uit de recente discussie over de vrijheid van meningsuiting. Dat er daarbij stemmen opgaan om bepaalde uitingen te verbieden (Wouter Bos, Femke Halsema - tégen het D66-voorstel om nu het wetsartikel over godslastering te elimineren, vóór beperking van de vrijheid van meningsuiting van een malloot die Wilders kanker toewenst), is echter te gek voor woorden. Theo van Gogh zou zich in zijn graf omdraaien.
Het is van cruciaal belang dat de prioriteit blijft liggen bij de vrijheid en ongebondenheid van het individu om zijn eigen waarheid te beleven of gestalte te geven. Die vrijheid mag nooit ondergeschikt worden gemaakt aan enige collectieve waarheidsbeleving (waarden/normen). De Vrijheid - de Openheid - om de werkelijkheid direct, zonder enig opgedrongen, cultureel waarheidsfilter te beleven, is essentieel. Botsingen zijn in deze niet uit te sluiten, omdat vrijheid altijd weer vraagt om een unieke, oorspronkelijke expressie. Zolang ze verbaal of schriftelijk blijven is daar niks aan te doen - je kan hooguit twisten over goede smaak of, als het gaat om onware aantijgingen, wegens smaad of laster naar de rechter stappen. (En voor slechte smaak hoef je nooit bang te wezen; verwensingen hebben nu eenmaal een boemerangeffect.)

HG

DAGBOEK 24-11-04 (2)
19:34 uur: Dries Langeveld
Dries Langeveld (60) is gestorven. Ik las het net op Simons webstek, de bijdrage van 22 november.
Dries, sinds 1985 (hoofd)redacteur van BRES, speelde indirect een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de website en de 'revival' van de Nw-Dennendalbeweging zoals die uitmondde in de reünie van maart 2003. Hij gaf mij opdracht een samenvatting van het Dennendalverhaal te schrijven en suggereerde dat het onderwerp ook interessant kon zijn voor VPRO's Andere Tijden.
Ik kwam Dries eind 2001 tegen op een bijeenkomst in een paddoshop aan de Warmoesstraat ter gelegenheid van het ten doop houden van 'Psychedelische perspectieven, de renaissance van de trip in de 21ste eeuw', waarop ik was geattendeerd door Hans Bogers. Hans had een artikel voor het boek geschreven (Duizend jaar in één nacht) en was als zodanig present. Hij stelde mij aan Dries voor en vertelde van onze gemeenschappelijke Dennendal-achtergrond en de website die ik bezig was daarover te maken.
Dries was mij al opgevallen in het grotendeels jeugdige, alternatief ogende gezelschap. Hij was groot en torende boven iedereen uit. Ook was hij wat conventioneler gekleed dan de meesten: een wat ernstig kijkende, aardige man.
Hij haakte onmiddellijk op Hans' introductie in en vroeg of ik niet een Dennendalverhaal voor BRES wilde schrijven. Hij wist nog wel dat de Dennendalaffaire belangrijk was geweest, maar kon zich niet écht meer voor de geest halen wat er was gebeurd en wilde nu wel eens het fijne weten. Hij bestelde een 'overzicht van ongeveer drieduizend woorden waarin begrijpelijk wordt uitgelegd wat er toen is gebeurd'.
Dat viel uiteindelijk nog niet mee. Ik had net de chronologie van de Dennendalgebeurtenissen geschreven en produceerde een nogal chronologisch verhaal, dat opgeluisterd wordt door enkele poëtische impressies. Maar ik was niet snel tevreden en stuurde geloof ik wel drie of vier versies.
Dries en Simon Vinkenoog, van wie ik een persoonlijk schrijven met tips mocht ontvangen, lieten zich niet afschrikken. Ze corrigeerden de lead van de laatste versie. (Ze maakten hem wat pakkender en attendeerde me erop dat je bezetters niet 'ontruimd' maar 'uitzet' - ik kreeg er een kleur van: een journalistieke instinker van jewelste). De rest van de tekst werd vrijwel ongewijzigd overgenomen. Het artikel verscheen in het juni/juli-nummer van 2002, inclusief een zevental plaatjes van de strip.
Ik had een drietal ontmoetingen met Dries op zijn kantoor aan de Bloemgracht, waar hij zo'n beetje in zijn eentje - met behulp van Simon Vinkenoog en een assistent - BRES samenstelde. Hij had voor BRES een vaste layout, een sjabloon, waarin hij de artikelen en de illustraties op het scherm opmaakte.
Nadat ik op deze manier bij BRES betrokken was geraakt, hield ik het tijdschrift in het oog en las vaak het 'Van de redactie' dat Dries voor ieder nummer placht te schrijven. In het 'Nw-Dennendalnummer' ging zijn commentaar over 'De herontdekking van de ziel'. Hij besluit dat commentaar alsvolgt: 'Er zijn geen verborgen wetten; iedereen herkent ze van binnenuit - met ons mee-ontstaan in één en dezelfde scheppingsdaad. Er is dan ook geen macht en er is geen dwang, geen straf en geen herhaling. Wel is er bezieling. Er is vitaliteit, die door deze bezieling tot daden wordt gewekt. Zoals een vlinder zich een weg door de adem van de tijd zigzagt, zo richt onze dadendrang zich op het vertrouwen dat de ziel een bestemming heeft, die groter en omvattender is dan alle materie bij elkaar. Zo duurzaam als hemel en aarde. Zo vluchtig als ieder lied, elk gedicht, woord van troost of gebed.'
Simon Vinkenoog meldt dat waarschijnlijk in het nummer van begin 2005 (februari-maart) aandacht aan Dries zal worden besteed. (Het laatst-verschenen nr van BRES, 228, is gedateerd oktober-november 2004; het 229e (december-januari) zal op punt van verschijnen staan - daarin zal waarschijnlijk het verscheiden van Dries niet kunnen worden vermeld, gezien de druktermijn van een geïllustreerd tijdschrift.)

HG

DAGBOEK 24-11-04
12:38 uur: Foudraine (3)
Ben ik het niet helemaal mee eens, Hans. Ik vermoed dat beiden het gesprek aangingen met zeer vaste ideeën over denkbeelden en inzichten van de ander. Daaruit ontstond in mijn ogen niet zozeer een conflict, als wel een langs elkaar heenpraten.
Van de journalist verwachtte ik geen boven deze dingen staan (wat weer baseert op mijn vast idee over een journalist...), maar van Foudraine had ik het toch wel verwacht. Of gehoopt. In die zin ben ik het met je eens, waarom staat hij er niet iets meer boven, of zal ik zeggen 'geïntegreerd boven', om van daar te kunnen zien hoe hij de halve weg of zelfs meer dan de helft richting de ander had kunnen afleggen?

R.

DAGBOEK 23-11-04
21:33 uur: Tao
Ach!
Het Tao - immer en immer zo mild!
smeltend ontluikend zijn enorme kracht

gp

DAGBOEK 22-11-04
21:30 uur: Foudraine (2)
Heb het bandje met Foudraine tweemaal beluisterd en wat aantekeningen gemaakt.
De vragensteller (vr.st.) begint met een wat quasi-plechtige introductie waarin Foudraine (75) wordt omschreven als 'psychotherapeut, zielschirurg, waarheidszoeker' en 'Deva Amrito' (goddelijke onsterfelijkheid). Vervolgens komt de vraag naar de levensbeschouwing en Foudraines antwoord (zacht, ernstig, nadrukkelijk): 'Het leven is niet om te beschouwen maar om te leven.'
Foudraine wil beginnen over Bhagwan/Osho, maar wordt prompt de pas afgesneden door de vr.st., die eerst even terug wil naar Wie is van Hout (1971). Foudraine gaat dan terug naar 1962, naar zijn Amerikaanse periode, waarin hij al bezig was met denken over de invloed van denkprocessen en jargon. Hij stelde zich toen al de vraag: 'Wat gebeurt er als je de taal probeert te veranderen?'
J.F.:'We worden gehypnotiseerd door gedachtestromen'. De psychiatrie, een medisch specialisme, hanteert termen als 'patiënt, ziekte, behandeling, herstel, genezing, medicalisering'. En maakt de mens daarmee ziek, hij wordt gehospitaliseerd. 'En nu is er de biologische psychiatrie waarin iedereen ziek is.'
vr.st.: (probeert door Foudraines verhaal heen te breken, zoekt naar openingen): 'U lijkt me geen lachebekje!'
J.F. (serieus): 'Het moment dat je denken stopt lach je wekenlang om de absurditeit van het leven.'
Foudraine spreekt vervolgens over zijn 'diepe geraaktheid, getroffenheid' door Bhagwan/Osho, over het 'infantiele stadium' waar iedereen rond Osho doorheen moest en resumeert: 'Uiteindelijk heeft ie voor de werkelijk geïnteresseerden duidelijk gemaakt: je zou aan je ik kunnen sterven.'
Er wordt uitgeweid over zaken als 'geluk' en 'vrede', die in de diepste bewustzijnslagen van de mens voorhanden zijn. Vervolgens komt het onderwerp op het hoogtepunt van destructie waarnaar de wereld op weg lijkt te zijn en Foudraines visie dat het leven 'gelukkig een wonderlijke balans' heeft. Overal ter wereld ontpoppen zich 'individuen die open staan voor de mystieke dimensie van het religieuze'.
vr.st. (van de KRO, mogelijk psychologisch/filosofisch of misschien zelfs theologisch geschoold): 'Maar is dat al niet eeuwenlang het geval binnen allerlei ordes en congregaties?'
J.F. (ontkent indirect de waarde van traditionele religieuze of filosofische richtingen): 'Je bent oostindisch doof' (vr.st. schrikt kennelijk van de plotselinge directheid, bindt min of meer in en verschuilt zich achter de journalistiek).
Tot slot volgt een uitwisseling over egodood en onsterfelijkheid. Zowel vragensteller als Foudraine lijkt in de valkuil van het vooraf ingestudeerde verhaal te vallen. Op de hoopvolle vraag van de vragensteller of er misschien toch enige communicatie tussen beiden heeft plaatsgevonden, antwoordt Foudraine wat zuinigjes 'misschien een paar seconden'.

Ach, loodzware, integere en dappere Amrito: ik heb je nog op de boot horen spreken aan de Prins Hendrikkade (beginjaren '80) en verscheidene keren in de Humaniversity in Egmond a. Zee (vorig jaar december nog met het symposium over de Wetenschap van het Hart). Ik was zwaar onder de indruk van je eerste boek uit Poona, Oorspronkelijk Gezicht. Je was de gezant van Bhagwan in de Lage Landen, en bent dat nog altijd.
Maar waarom toch altijd dat bokkige, dat conflict? Waarom niet wat meer oog voor de mens, het menselijke, in deze de vragensteller? Hij gaf je ruim baan en maakte eigenlijk een minder voorgeprogrammeerde indruk dan jij.

HG

DAGBOEK 21-11-04
23:51 uur: Foudraine
Foudraine gaf een interview naar aanleiding van zijn nieuwe boek, Metanoia. Het gesprek valt te beluisteren via Foudraine.
HG

DAGBOEK 19-11-04 (2)
15:30 uur: Ingang e-groep Lorentz
'Een nauw en slingerend pad verbindt Donders met Lorentz. Halverwege steekt een kolkje gevaarlijk omhoog, een geduchte voetangel voor de argeloze wandelaar. Van deze kand benaderd ligt Lorentz met het korte einde van de L naar me toe. Boven voor de ramen staan een paar meisjes van groep-zes te giechelen' (fragment uit Hoofdstuk VI van '48 x Heyoka, een Dennendalstory', onvoltooide roman van o.g. uit 1975 - het hele hoofdstuk is in de columnruimte opgenomen, zie De Dolderse Bossen).
Van de beschreven zij-ingang van Lorentz kreeg ik een foto van Aagje Soede (veel dank). In het fragment loop ik dus naar de deur van de e-groep onder op de foto (niet de deur links, maar een deur in het frame rechtsonder; daar was de ingang, met erachter eerst een vestibule). De genoemde ramen zullen de ramen van de bovenverdieping geweest zijn: daar zat groep-zes. Een vergroting van de foto is geplaatst in de historische beeldenserie 'paviljoens' (op het overzicht de onderste links, nummer 19).


Lorentz: zij-ingang e-groep
HG

DAGBOEK 19-11-04
14:55 uur: Jules Deelder en Krishnamurti
Arjan Peters heeft in de Cicero (Volkskrant) van vandaag een mooi interview met Jules Deelder, die op 24 november zestig wordt. Alleen al de kop is de moeite waard om ernaar te kijken: 'Die moord op Van Gogh, dat is gebrek aan humor'. Deelder gebruikt nog altijd speed. Hij noemt het stoppen met dope door Herman Brood de 'grootste fout die die jongen had kunnen maken'. (Want 'toen ging ie zuipen, en was de hele dag volkomen lazarus. En dat weten we allemaal: drank is een slopende drug.')
Er komt een bundel uit met 'Vrijwel alle gedichten' van Deelder. Een voorproefje: 'We komen op aarde/ om die te verlaten/ en in het Hierna-/ maals te geraken/ Ziedaar het doel/ van al ons streven:/ als mens tussen de/ engelen te leven' (uit Ziedaarmaals).
Het is misschien voor sommigen een wat merkwaardige overgang van Deelder naar Krishnamurti, maar de afstand tussen beiden zou wel eens kleiner kunnen zijn dan gedacht.
Ik kreeg een dagboekfragment van K. opgestuurd dat ik niet niet wil doorgeven:
'New York, 25 juni 1961: Werd midden in de nacht wakker en trof het lichaam volkomen stil aan, uitgestrekt op de rug, bewegingsloos; in deze positie moet het zich reeds een geruime tijd hebben bevonden. De druk en de pijn waren aanwezig. De hersenen en de geest waren uiterst stil. Tussen hen bestond geen scheiding. Een zeldzaam stille intensiteit was aanwezig, als twee grote dynamo's, die met grote snelheid werken; een zeldzame spanning, waarin geen inspanning aanwezig was. Over het geheel was er een gevoel van wijdte en een kracht zonder richting en oorzaak, en daarom zonder brutaliteit en hardheid. En gedurende de morgen ging het door.
Gedurende afgelopen jaar of daaromtrent werd men wakker, om in wakkere toestand te ervaren wat er in de slaap was gebeurd, bepaalde staten van zijn. Het is, alsof men slechts ontwaakte opdat de hersenen registreerden wat er geschiedde. Maar zeldzaam genoeg vervaagde deze bijzondere ervaring al spoedig. De hersenen sloegen ze niet op in de kronkelingen van hun geheugen' (uit: Krishnamurti's Notebook 1991).
Merkwaardig is de overgang naar 'men' in de tweede alinea. K. kon soms heel formeel zijn en schrijven. Ik neem aan dat hij met dit 'men' zichzelf, dus gewoon 'ik', bedoelt.

HG

DAGBOEK 18-11-04
23:05 uur: schizofrenie
Heb vanavond de film 'A beautiful mind' gezien, over een 'schizofrene wiskundige' (flaptekst) die aan het slot van de film nog een Nobelprijs krijgt voor jeugdwerk, dat hij had gemaakt toen hij nog gezond was: John Nash, gespeeld door Russel Crowe. Christopher Plummer zet een mooie griezelige psychiater neer.
Ontroerende film, ondanks het onwaarschijnlijke en al te mooie einde. (Hollywood kan het toch niet écht nalaten de werkelijkheid wat te romantiseren, net als bij de door Dustin Hoffman vertolkte autist in Rainman.) De hallucinaties van Nash worden in beeld gebracht als irreële mensen die voor hem reëel zijn en voor de anderen niet. Het effect is wat vervreemdend, maar het werkt door de uitgebeelde vervolgingswaanzin en angsten, zoals een film al gauw werkt.
Schizofrenie is volgens de handboeken een hersenstoornis die zich op adolescente leeftijd kan manifesteren. Ze gaat gepaard met 'psychoses', een sporadische hallucinaire afbraak van de persoonlijkheid die uiteindelijk kan leiden tot totale ontreddering en aftakeling. Medicijnen kunnen goed helpen. In de literatuur wordt steevast gewaarschuwd dat de ziekte niet overeenkomt met 'geschift zijn', de volksmonddefinitie, die associaties oproept met deelpersoonlijkheden. De film bevestigt eigenlijk de laatste, dus volgens de officiële psychiatrie on- of minder juiste definitie.
Maar wat is schizofrenie?
Jan Foudraine schrijft in zijn Wie is van Hout ('71) over zijn psychotherapeutische relaties met schizofrenen: 'Ik ervoer (...) dat schizofrenen mensen waren zoals u en ik en niet 'anders', niet 'oninvoelbaar'. Gewoon mensen in diepe existentiële nood en daarom... des te menselijker' (blz 11).
Foudraine veegt vervolgens op blz 12 de vloer aan met het min of meer medisch diagnostiseren zoals dat in de psychiatrie gebruikelijk was/is: 'het plakken van etiketten op mensen-met-moeilijkheden'. Hij ontdekte dat 'termen als 'neurotisch', 'psychotisch', 'schizofreen', 'psychopathisch', 'manisch-depressief' en 'god-weet' welke termen niets te maken hebben met een mysterieuze ziekte en evenmin met iets erfelijks'. Op blz. 31 somt hij nog een aantal 'bloemrijke etiketten' op: 'puberteitspsychose, degeneratiepsychose, hysterische psychose, manisch-depressieve psychose, echte en minder echte schizofrenie etc'.
De diagnose 'schizofrenie' wordt/werd volgens Foudraine uiteindelijk vooral gesteld als de hulpverlener het ook niet meer weet.
'A beautiful mind' bevat beelden van elektroshock. Daar werd tegen gevochten destijds, in de jaren '60 en '70, en de methode is nu weer terug van weggeweest - sommige mensen schijnen er toch baat bij te hebben maar de filmbeelden zijn zo gruwelijk dat dat moeilijk voor te stellen valt.
Foudraine gelooft er niet in. Hij heeft een nieuw boek uit, zie Metanoia

HG

DAGBOEK 17-11-04
12:11 uur: Kafka
Kafka had het gevoel dat hij alleen in z'n teksten kon leven, zo schrijft hij in z'n dagboeken. De werkelijkheid was hem te veel.
Hij verloofde zich drie maal, maar kon de liefde niet aan.
'Mijn leven is het aarzelen voor de geboorte', schrijft hij.
'Vanuit de literatuur bezien is mijn lot heel eenvoudig. De neiging om mijn droomachtige innerlijke leven te beschrijven heeft al het andere tot bijzaak gemaakt, en het is op een verschrikkelijke manier verkommerd en houdt niet op te verkommeren. Niets anders kan me ooit tevredenstellen' (Dagboek, 6 augustus 1914).
'Het 'aarzelen voor de geboorte', de angst voor de wereld en schrijven - dat is bij Kafka zo ongeveer hetzelfde. Het leven 'voor de geboorte' speelt zich af in het schrijven. Het schrijven moet de angst voor de wereld doorgronden en tegelijk een toevlucht zijn - voor de angstwekkende wereld' (Wieviel Wahrheit braucht der Mensch? - Rüdiger Safranski - 161).

Het schrijven en het dagboek als toevlucht: wat moet je anders in een wereld waar Fortuyn tot Grootste Nederlander wordt gekozen - of nu toch weer niet - waar Donner godslastering opnieuw strafbaar wil stellen door een vergeten wetsartikel nieuw leven in te blazen, en prompt een motie over zich afroept om het hele artikel af te schaffen. (Daar zit een parabel in: Donner wist natuurlijk ergens, net als de landmeter K. in Das Schloss, dat hij de kous op de kop kon krijgen: hij daagde het Slot uit zijn waarheid te bevestigen met in het achterhoofd het besef dat het dat mogelijk niet zou doen - dat het Slot niets anders is dan het spiegelbeeld van zijn ziel begon hem te dagen, maar net als K was hij mogelijk nog niet in staat daar geheel op te vertrouwen. Zo geredeneerd nam Donner in vrijheid dus een gok, namelijk het risico van afwijzing - al was het maar door zijn eigen spiegelbeeld -, en dat allemaal voor de zaak van God - dat is mooi: dat is de ware gelovige!)
Vrijheid en waarheid (werkelijkheidsbeleving), daar worstelde Kafka mee. Daar worstelt Donner mee in het dualisme van de parlementaire democratie, daar worstelt de hele wereld mee, het Kafkaproject.

HG

DAGBOEK 16-11-04
11:28 uur: Grootste Nederlander?
Pim Fortuyn gekozen tot Grootste Nederlander aller tijden: rampjaar 2004, de regering radeloos, het land reddeloos, het volk redeloos.
HG

DAGBOEK 15-11-04
12:08 uur: dominostenen
Bijna 2,4 miljoen televisiekijkers hebben vrijdagavond gezien hoe in Leeuwarden een nieuw wereldrecord vallende dominostenen werd gevestigd, aldus de Volkskrant van vanochtend. In totaal vielen er 3.922.397 stenen om, 145.102 meer dan in 2002. Hoezo crisis?
HG